Column: Noblesse Oblige

Publicatiedatum: 
1 mei 2018
Vijf jaar geleden is het alweer dat ‘onze’ Willem Alexander tot koning werd gekroond. Wat dat betreft heeft hij meer mazzel dan zijn collega Prins Charles van Engeland, die met zijn 69 jaar nog altijd in de wachtkamer zit. Datzelfde geldt trouwens voor zijn partnerkeuze. Want laten we eerlijk zijn. Willem Alexander is top, maar zijn lieftallige echtgenote Maxima spant natuurlijk de kroon. Zij laat duidelijk zien dat je echt geen blauw bloed hoeft te hebben om Koningin te zijn.

Blauw bloed vloeit ook niet door de aderen van de Ridders en Leden in de Orde van Oranje Nassau die vorige week weer overal in ons land benoemd zijn. Maar deze toppers vormen wel het schoolvoorbeeld van Noblesse Oblige: het bekende Franse gezegde dat wijst op hoogstaande normen en waarden. Voor onze zes vorige week benoemde leden in de Orde geldt dat in elk geval zeker. 

Neem Sieny Krikhaar Demmer uit Geesteren. Sinds jaar en dag actief voor de Zonnebloem is ze een zonnestraal voor talloze ouderen en zieken in onze gemeente. Ook is ze actief in de kerk en toont zich in moeilijke tijden een waardevolle noaber. Voor haarzelf overigens de normaalste zaak van de wereld. ‘Dat dooi toch veur mekaar’, vindt ze.

Of Bennie Wolfkamp, die naast talloze andere vrijwilligersklussen al tien jaar lang dag in dag uit allerlei hand en spandiensten verricht op Zorgboerderij Erve Tijhuis in Langeveen. Een gouden kracht die er gewoon altijd voor je is als je hem nodig hebt.

Lies Geerink – Busscher is ook zo’n onmisbare hoeksteen van de samenleving. Bijna 40 jaar lang zorgde ze er als verkeersbrigadier voor dat de schooljeugd in Geesteren veilig de straat kon overteken. Ook te tennis, dorpsbelang en de kerk mogen altijd op haar rekenen. Lies geeft graag advies. ‘Gras wödt wa hooi’, concludeert ze regelmatig, als na wat tegensputteren haar advies toch opgevolgd wordt.

Ook Gerrit Maathuis is zo’n onmisbare duizendpoot die vanuit de Heemkundevereniging Albergen heel wat historische feiten heeft vastgelegd. Daarnaast is hij ook een steunpilaar voor de katholieke kerk in Albergen en leverde met Natuurwerkgroep de Wandelende Tak een belangrijke bijdrage aan het Twentse landschap.

En dan Gerard Mensink, sinds jaar en dag druk voor de jeugd. De inspirator achter de scouting en met De Bokk’n Hörnkes. Immer goedgehumeurd en altijd in voor een goede grap. Iets dat hem de bijnaam Mopjes-Gait heeft opgeleverd. Zelfs de kilometers die hij maakt leveren iets op: geld voor allerlei goede doelen.

Tot slot Truus ten Winkel-Krikhaar, zonder wie de toneelvereniging en de carnavalsvereniging van Geesteren met de handen in het haar zouden zitten. En die daarnaast ook de nodige uurtjes besteedt aan de bewoners van het Meulenbelt in Tubbergen. Ook de kerk, de Zonnebloem en allerlei collectes rekenen nooit tevergeefs op Truus.

Het lijkt erop dat de dagen van onze lintjesdragers meer uren tellen dan die van menig ander. Voor hen geldt: iets dat je graag doet, daar maak je tijd voor. En als je daar dan ook nog eens andere mensen een plezier mee doet, is dat helemaal geweldig.

Cartoon college
Licentie: 
Standaard licentie
Auteur: 
-